10 — een prikbink!

Friese_Staartklok

Natuurlijk controleer ik een bericht van mijn hand nog eens, voordat ik het hier online zet, ik let dan vooral op tik-, taal- of stijlfouten, maar toch ook op denkfouten, drogredenen, schijnbewijzen en cirkelredeneringen, precies al die retorische kunstgrepen waar verslaafden zich soms hartstochtelijk aan overgeven, kunstgrepen die kortweg aangeduid kunnen worden met: gebazel. Ik bén een verslaafde en ik moet er dus voor waken. Ik zeg er wel bij: niet altijd heeft de cliënt dat zelf in de gaten. Hier kom ik nog uitgebreid op terug, het is belangrijk.

Eerder al gaf ik er een mooi voorbeeld van, een drogreden die bestaat uit het leggen van een onjuiste oorzaak-gevolgrelatie, een cliënt die ijskoud zegt: ‘Die terugvallen die ik nu heb, tonen aan dat ik gestopt ben.’

Wanneer ik mijn tekst naloop, moet ik grinniken wanneer ik zie dat ik een enkele maal zit te klungelen met de tijden. Immers, het heden, waarin wij nu leven, moet blogtechnisch gezien eigenlijk in de toekomende tijd staan, want de dagbehandeling beschrijf ik in de tegenwoordige tijd. Af en toe spring ik terug in mijn drankverleden en dat zijn dan weer flashbacks in de verleden tijd. Dat zijn drie verschillende tijden in één bericht, zie daar maar eens wijs uit te worden, u hebt wel geluk dat ik al zo lang nuchter ben! Nou ja, vooral ik, eigenlijk. Tussendoor richt ik mij hier en daar tot de lezer, tot u, en wat dát is, hoe dat heet, weet ik ook niet. De oude Russische schrijvers deden het vaak, die schreven midden in een opwindende roman rustig opeens: ‘Zeg lezer, u denkt misschien dat onze held nu wel genoeg voor zijn kiezen heeft gekregen? Zijn geliefde heeft hem verlaten, daarna ging zijn psychologe er vandoor, en vervolgens dreef zijn eenzame wanhoop hem in de handen van een dakloze. Hij heeft zijn deel nu wel gehad, vindt u? Welnee, nog lang niet!’

Die lezer voelt een vrolijke rilling over zijn rug lopen, kennelijk wachten hem in deze roman nog allerlei heerlijkheden!

Maar nú schreef ik echt iets bijzonders, want die psychologe en de dakloze komen later in dit verhaal voor, in déze weblog, daarvoor hoeft u helemaal niet naar Tsjechov te rennen. Volg gewoon dit feuilleton. Blijf bij mij.

Mijn vorige posting had iets weg van een feestbericht, tijd dus om nu weer een andere werkelijkheid er bij te halen. Al in de dagdetox hebben we samen met anderen – die van boven, zoals ik ze noem, uit de klinische detox – een uurtje voorlichting, leden van twee zelfhulpgroepen presenteren zich, vertellen hoe het in deze groepen gaat en hoe het nu met hen gaat. De eerste die van wal steekt is een vrouw, met een onstuimige bos haar op heur hoofd waar je u tegen zegt. Haar leeftijd nodigt nog uit om ‘je’ tegen haar te zeggen. Zij is van de NA, dat is het acroniem (letterwoord) van Narcotics Anonymous. Ze komt met een beetje een warrig levensverhaal – vol jargon ook nog, nooit eerder hoorde ik de term drug of choice, ik begin een beetje achter te lopen en haar verhaal eindigt ermee dat zij op een goede dag eindelijk besloot: ‘Nee, zó wil ik niet oud worden.’ Ik onderdruk de neiging om te roepen: ‘Zo wórd je ook niet oud!’

Dan is het woord aan een wat oudere man, van de zogeheten Buitenveldertgroep, lang geleden gestart door Dees Postma, een ex-alcoholist, die in ’73 directeur werd van dezelfde kliniek die hem had behandeld, de Jellinekkliniek. Zou de Jellinek zo iemand nu nog toelaten als directeur? Ik weet het niet, want het vergt volledig vertrouwen in de eigen behandeling en volledig vertrouwen dat blijvende abstinentie bij cliënten mogelijk is. En ook toen al ging zijn aantreden gepaard met fronsende wenkbrauwen. De Buitenveldertgroep is geheel vergelijkbaar met de AA, maar herbergt alle soorten verslaving en draait zonder het kenmerkende 12-stappen programma. Beide groepen ken ik van binnenuit. Uiteraard dringt de man er op aan dat mensen na de detox niet zomaar naar huis gaan, niet denken: dat was dat.

Na afloop ga ik naar hem toe en vraag: ‘Is Marjan nog bij jullie?’ ‘Nee,’ zegt hij, ‘ze is enige tijd geleden overleden.’ Dat verbaast me niet zo, want ze moet nu ook wel op leeftijd zijn geweest. En dat is bij haar op zichzélf al een wonder. Ik ken haar alleen maar van lang geleden, mijn eerste detoxopname, maar ik vergat nooit haar naam. Zij deed destijds de voorlichting over de Buitenveldertgroep, waar zij zelf al jaren deel van uitmaakte. Houd in gedachten, bij wat nu volgt, dat zij dus geen enkel risico nam, nog altijd bezocht zij de bijeenkomsten wekelijks. Ik geloof dat zij ooit werkte voor een notariskantoor, in ieder geval ging haar carrière geheel naar de bliksem door drank. En daar bleef het natuurlijk niet bij. Marjan is een schoolvoorbeeld van hetgeen ik schreef in bericht 2.dagdetox, in december: ‘Wanneer een verslaafde eindelijk het gevoel krijgt dat zijn leven een nachtmerrie is geworden, dan kan hij van één ding zeker zijn: het wordt allemaal nog veel erger.’ Op een ochtend werd zij wakker, doodziek van te veel drank in alle dagen ervoor en nu ook nog eens doodziek van juist géén drank meer in huis op die bewuste ochtend. Te ziek zelfs, om naar buiten te gaan en wat drank te halen, hoezeer lichaam en geest daar ook om schreeuwden, ik ken dat: er komt telkens een punt dat het ’s ochtends niet meer lukt om naar buiten te gaan. Zij besloot: ik moet iets hebben, pakte daarom een fles bleekmiddel en nam een flinke slok. Het feit dat zij nog leefde kwam doordat ze buiten bewustzijn raakte en niet overgaf. Daardoor verloor zij weliswaar haar maag maar niet de hele slokdarm, het chloor passeerde die slechts eenmaal en hij hield het. Zonder maag kun je leven, zonder slokdarm niet.

Ik kom hier niet zomaar aanzetten met een horrorverhaal en evenmin ben ik op zoek naar schrikeffecten, nooit in deze blog. Ik kom hiermee omdat ik één ding graag wil: de lezer ervan doordringen dat Marjans wereld, de wereld waarin iemand bleekmiddel drinkt omdat de alcohol op is, precies dezelfde wereld is als waar iedere drankzuchtige zich in bevindt. Of hij ooit zo ver gaat als in dít verhaal, dat is de vraag, maar het zit in hem om dat te doen.

De filosofie maakt bij verschillen tussen de dingen een belangrijk onderscheid, zij zegt: er zijn graduele verschillen en principiële verschillen. Het verschil tussen een baby en een grijsaard is gradueel, de een is alleen maar langer in leven dan de ander, een tijdsgradatie. Het verschil tussen een baby en een dwergpapegaai is principieel, het een is wat anders dan het ander, dat zegt de zijnsleer. Welnu, het verschil tussen een nog enigszins matige alcoholist en Marjan is volkomen gradueel. In een detoxafdeling staan schoonmaakmiddelen voor de zekerheid achter slot en grendel. Want alles wat je in dit gebouw kunt bedenken, iets wat zou kúnnen gebeuren, dat gebeurt hier ook.

Misschien roept de lezer nu tegen me: ‘En zo’n gekkenhuis, daar wil je mij naar toe hebben!’ Dan zeg ik: ‘Precies.’ Al gaat u alleen maar voor enkele gesprekken.’

En trouwens, als er nu toch één plek op aarde is waar de heerlijkste dingen gebeuren, dan is het wel hier, in het gebouw! Want neem nu het volgende. In de dagdetox krijg ik, net als veel andere alcoholisten, drie injecties met vitamine B1, een per dag, thiamine. Daar was ik wel aan toe. Het tekort dat je oploopt is niet alleen gigantisch maar ook nog chronisch. Je ziet in een detox weleens drankzuchtigen naar binnen strompelen die een koffer vol vitaminepillen achter zich aan zeulen, ze komen er amper de drempel mee over. Tegenwoordig zijn dat koffers op twee wieltjes, maar vroeger kwamen ze de detox binnen met een hutkoffer, soms gebracht door aparte medewerkers. Tegenwoordig houden die de gangen en lokalen in het gebouw voor u schoon, maar in de Heinzekliniek deden wij dat allemaal zelf, elke vrijdagochtend boenden en zogen we onze hele kliniek, inclusief het trappenhuis naar beneden. Dat was handig voor wanneer je weer naar huis ging, je was er immers helemaal weer aan gewend geraakt om je eigen apenhol schoon te houden. Schrikt u nu maar niet, want in de Jellinek van vandaag hoeft dat allemaal niet meer. Hutkoffers waren toen vooral handig als je ver op reis ging, bijvoorbeeld met de boot naar Indonesië. Ik had er een, van mijn grootmoeder die met mijn moeder in Soerabaja woonde en daar de boel op stelten zette, maar wat ik nog mis is een Friese staartklok, zo een waar je je zakhorloge gelijk op kunt zetten, bijvoorbeeld eenmaal per dag, in plaats van via de torenklok buiten, wanneer je de slagen telt, zoals ik nu doe.

Nu, om te vermijden dat de thiamine direct in de bloedbaan komt en voor een groot deel meteen wordt afgebroken, injecteren detoxbehandelaars, die vaak ook verpleegkundigen zijn, de vitamine in de bilspier. Linkerbil of rechterbil, je mag kiezen, maar erin gaat-ie. Veel mensen ervaren spierinjecties als erg pijnlijk, dat zijn ze misschien ook wel een beetje. Langzaam gaat de naald diep de spier in, blijft daar een tijdje. Daarom houdt zo’n verpleegkundige vooraf een praatje, ga zo en zo liggen, adem in adem uit, ontspan u, enzovoort. Voor mij hoeft dat allemaal niet, maar vooruit.

Ik moet naar de tweede etage, naar Jenny, voor mijn laatste thiamineprik. Een vrolijke meid, maar ze prikt me niet zelf, ze werkt iemand in, een soort Oostenrijker. Die houdt het inleidende praatje, maar ik luister niet erg, het duurt me nu veel te lang. Jenny bemoeit zich er mee. ‘U moet ontspannen gaan liggen!’ roept ze tegen mij. Ja!, maar ik lig hier in mijn blote kont, te luisteren naar allerlei onzinpraatjes! Dus ik roep terug: ‘Hou op hiermee, steek die naald gewoon naar binnen!’

Jenny lacht. Ze zegt: ‘Hee, een prikbink!’

Die houd ik bij me, zo lang ik leef. Ik, Pitt Hamson, ik ben een prikbink.

Pitt Prikbink

omhoog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *