11 — hard & zacht

De Wand2

Van de recent verschenen Nederlandse boeken over de drankverslaving van de schrijver, vind ik Hallo muur helaas een gedrocht van een boek en vind ik Tonic veel beter gelukt. Behandelaars in de Jellinek horen van cliënten over deze boeken, maar lezen ze zelden. Het voert ook wel te ver om thuis op de bank een boek lezen over figuren die je op je werk de hele dag tegenkomt. Sterker nog: die je behandelt. Ik heb geen idee hoeveel behandelaars deze weblog lezen, maar aannemelijk is wel dat hun aantal min of meer beperkt blijft tot diegenen die er in voorkomen. En natuurlijk zal ik er nog over schrijven, over de wonderlijke band die bestaat tussen behandelaar en cliënt. Eigenlijk is ‘band’ een te groot en intiem woord, laat ik zeggen: behandelaar en cliënt hebben iets met elkaar. Maar wat? Een voorbeeld: tijdens de nazorg zie ik de twee behandelaars een jaar lang twee uur per week. En ter vergelijking: ik moet er niet aan denken om een willekeurige kennis elke week twee uur te zien! Ik zie weleens iemand die ik ken aan de overkant van de straat lopen en altijd maak ik dan dat ik wegkom, desnoods schiet ik een zijstraat in.

Het komt erop neer dat behandelaar en cliënt hier zijn als: ships that pass in the night.

Deze beeldspraak hoort wel bij de sterkste en mooiste beelden die ik uit de dichtkunst ken, het is van de dichter Longfellow. Dat komt misschien ook doordat ik het tweemaal letterlijk meemaakte: in volle zee sta je ’s nachts aan de reling, wat te dromen, een ander schip passeert, op veilige afstand, je ziet de donkere contouren, de lichten aan boord, daarna is het alweer verder, maar het gevoel van verbondenheid was heel even intens.

So on the ocean of life
we pass and speak one another,
Only a look and a voice,
then darkness again and a silence.

En spoedig, nadat de cliënt zijn behandeling met goed gevolg heeft afgerond, zijn verslaving heeft overwonnen en hij het gebouw met opgewekt gemoed weer verlaat, spoedig daarna zal het daarbinnen weer zijn alsof hij er nooit was, geen spoor laat hij na, nog niet de kleinste rimpeling, één van zovelen was hij, zij die vóór hem waren en die na hem komen.

Jeetje mina! Wat nu weer? Genoeg gemijmerd! Dat overpeinzen van de dingen, zo denk ik weleens, het in dienst zijn van de firma weemoed & verlangen, dat is de bron van alle kwaad, eigenlijk is die hele verslaving van mij allemaal de schuld van dit gemijmer. Ik hoop dat een behandelaar dit leest en de behandeling hierop aanpast.

Dus dat. Dus dat? In mijn dagbehandeling zit een kok die dat de hele tijd zegt, hij is erg kort van stof en wanneer Cynthia vraagt hoe het met hem gaat, dan begint hij met: ‘O, goed hoor…’ en sluit de zin meteen weer af met: ‘eh… dus dat.’ En klaar is hij, een man naar mijn hart. Na anderhalve maand dagbehandeling begint hij alweer te daten, via Tinder, telkens zijn we in de groep benieuwd naar de afloop van zo’n date, hè toe, vertel nou! Een keer mopperde hij: ‘Ze vond het maar niks dat ik wél rookte maar níet dronk.’ Nee, en dan wist zij nog niet eens dat hij at van de voedselbank. Morris doet dat ook, beiden zijn door hun drankzucht in de schuldsanering beland. Dat is maar goed ook, want het behoedt hen voor direct verlies van hun woning.

De boeken Hallo muur en veel indrukwekkender nog Tonic, gaan erover hoe ellendig drankzucht is, bijna álle alcoholische boeken gaan daarover. Nu zou je zeggen: dat is wel logisch. Maar toch… De auteurs schrijven vrijelijk over zichzelf, schrijven over de dingen die door hun verslaving misgaan of helemaal mislukken, over wat en wie zij allemaal kwijtraken, de weerzin of zelfhaat die zij jegens zichzelf ontwikkelen, over hun diepe twijfel aan alles, over hun schaamte, maar over één ding hoor of lees ik nooit veel: de diepe eenzaamheid die de verslaafde overvalt, hoe dan ook. Niet alleen de letterlijke eenzaamheid, maar ook de existentiële eenzaamheid, dat wil zeggen: het gevoel gevangen te zitten in je eigen bestaan. Om beide vormen van eenzaamheid eerst áán te kunnen en vervolgens te boven te komen, moet je wel iets van een overlever in je hebben. Gelukkig is dat nu juist wat heel veel verslaafden zijn: overlevers. Hier hebben zij nu eindelijk een keer het geluk aan hun zijde.

Ik ga hier op door. Kort geleden bezocht ik twee voorstellingen – de eerste in een bioscoop, de tweede in een theater – die precies hierover gingen, over de vraag: hoe zit dat, met overleven? De film heet The revenant, het toneelstuk heet De wand, beide gebaseerd op veel eerder verschenen boeken. De film en het toneelstuk hebben met elkaar gemeen dat zij allebei nergens over gaan, geen verhaal geen plot. Zij laten niets anders zien dan dat ene thema, in eenzaamheid overleven. De held in de film is DiCaprio, de heldin met de hond op het toneel heet Harriet Stroet. Wat nu juist filmster DiCaprio daar in die film doet is mij niet helemaal duidelijk, want hij heeft geen andere teksten dan: ‘oh oh, au au, oei oei, ai ai, oef oef,’ en ook ‘pft, grr brr’, maar daar heeft hij dan ook wél alle reden toe, om die dingen te zeggen. Hij maakt heel wat mee en leuk is anders. (Geen zorgen, ik verklap hier niet veel, er vált trouwens helemaal niks weg te geven. Maar je moet wel weten wat je doet, als je deze film gaat zien. Niet vanwege een enkele geweldsscène, maar domweg vanwege de vastgelegde rauwheid van het leven, zoals het leven zijn kan.) De wand gaat over een vrouw die op een berghelling door een onzichtbare wand opeens van alles gescheiden wordt, áchter die wand is iedereen en al het leven dood, aan háár kant zijn alleen zij en haar hond er nog.

Bij de één begint het met een aanval van een beer – een scène die overigens te gek is voor woorden – en hij moet daarna zwaar gewond zien te overleven en het later ook nog eens opnemen tegen een idioot die hem wil vermoorden. Bij de ander begint het met het plotseling van de wereld afgesneden zijn door een wand en zij moet overleven in haar naakte bestaan en het opnemen tegen zichzelf. In deze weblog staat het eerste natuurlijk voor de verslaving zelf, die je heelhuids door moet zien te komen en van je af moet schudden, en staat het tweede voor de tijd daarna, die je eveneens heelhuids door moet zien te komen. De man en de vrouw hebben het dus weliswaar niet gemakkelijk, maar zij hoeven slechts door één deel van het tweeluik te ploegen, de verslaafde moet door beide delen heen.

To the point: het eerste betekent domweg de tanden op elkaar, wat rauw voelt en wat rauw ís, moet ook hard en rauw bestreden worden. Bestrijd het gelijke met het gelijke. De verslaving zal leiden tot je ondergang, je zult hem dus te lijf moeten gaan, met alles wat je in je hebt. Waak voor terugvallen, doe álles om ze te vermijden. Spoiler alert: DiCaprio kruipt in het binnenste van een zojuist gedood paard, om ’s nachts niet dood te vriezen, dus jij doet dat ook. Want het vriest erg hard, tijdens de hele film, de held krijgt niets voor niets. Hij dondert in een bijna bevroren rivier en overleeft daarna een grote waterval. Jij ook. Dan klautert hij het water weer uit, heeft geen tijd om ergens over te jammeren, heeft niet eens tijd om ‘tering’ te zeggen, want hij zal direct vuur moeten maken, met niets anders dan een vuursteen, met niets anders dan zijn verkleumde handen. Jij doet dat met hem. Mensen leren door imitatiegedrag, wij leren door domweg álles van anderen na te doen, onbewust. Doe DiCaprio na, ten minste een jaar lang.

Het tweede waar je doorheen moet, is juist niet rauw, maar is vooral ingewikkeld. De wand snijdt je af van de anderen, dit is een heel ander soort eenzaamheid en niet per se letterlijk. Want die anderen, zij herstellen niet van een verslaving, jij wel. Je kunt hen niet voortdurend vertellen hoe het met je gaat, hoe je je voelt. Ze vragen er ook niet naar want dat interesseert hen niet. Dat kun je wél vertellen aan lotgenoten, zoek ze dus op, ten minste een jaar lang. Je gaat nu door een duistere periode, waarin het lijkt of je het contact met je omgeving verloren hebt. Wat doe je met en tijdens die gevoelens van isolatie? Wat doet die vrouw en haar hond? Zij reflecteert voortdurend op haar leven, niet zozeer op haar verleden maar juist wel op haar huidige situatie. Opnieuw: doe haar na. Koop een hond, als je daar goed voor kunt zorgen, beter nog een pop en noem hem Lynx, ook al is hij dat helemaal niet, maar zo heet háár hond, of koop een havik, als je daar goed voor kunt zorgen, en noem haar Mabel, van amabilis, beminnelijk, juist omdat een havik dat niet is! En wat realistischer: koop het boek De wand, van Marlen Haushofer. Zij beschreef een halve eeuw geleden prachtig de geestesuithoeken van een mens alleen, het gesprek dat hij noodgedwongen met zichzelf voert, of beter gezegd: de monoloog die hij in zichzelf houdt.

Zoals, zo lijkt het wel, zoals ik dat hier doe.

Pitt

omhoog

Eén gedachte over “11 — hard & zacht”

  1. Hallo Pitt, man wat schrijf je geweldig en wat zijn de onderwerpen herkenbaar. Je blog is voor mij zeer inspirerend en leerzaam. Hoop nog veel van je te lezen. Bedankt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *