2. dagdetox — de moeder

PauwWe zijn met een groepje van acht mensen. Mannen, twee vrouwen. Ik moet erg wennen om hier te zijn en door mijn halfgare gedoe zijn we nu nieuw voor elkaar. Zij hebben zich al enigszins tot een groep gevormd, ik hark mezelf daar nu tussen. Dat verloopt in een kliniek als deze overigens heel erg soepel, lotgenoten maken het elkaar zelden moeilijk. De behandelaar vraagt of ik iets over mijzelf wil vertellen. Ik vertel dat ik Pitt heet. De groep kijkt me daarna vragend aan, was dat alles? Daarom voeg ik er aan toe: ‘Dat kun je niet van iedereen zeggen!’ Zo, die zit. Een snugger groepslid merkt op dat dat ook geldt voor Jan of Piet. Hem houd ik daarna een beetje in de gaten, uitkijken met zo’n figuur. Dan zeg ik dat ik wel iets wil vertellen over verslavingen, hoe ik daar tegen aankijk, ik bedoel nu we hier toch zijn. Want ik heb een prachtig aanknopingspunt: een uitzending van Jeroen Pauw die ik de avond tevoren zag. Wat daar gebeurde, vind ik té mooi om nu te laten lopen. Het laat de kracht van een verslaving zien, laat zien hoe moeilijk het is om te geloven in welke mate die kracht verwoestend is – of zal worden, hoe dan ook! – hoe het niets en niemand om je heen spaart of ontziet, hoe het je leven overneemt en er zelfstandig mee verder gaat.

(Zware kost, dat is waar, nu al. Maar er zijn twee dingen die je bij een verslaving niet moet doen. Niet bagatelliseren en niet onderschatten. Dit geldt vooral de verslaafde, maar ook zijn naaste omgeving. Het bagatelliseren is actief, iemand kan je er dus op wijzen, je kunt dat stoppen. Het tweede is gevaarlijker want het is passief, niemand ziet het, jijzelf ook niet, de onderschatting is er domweg. Tegelijkertijd zijn er genoeg mensen die het lukt om zélf in te grijpen wanneer zij te veel drinken. Een overgrote meerderheid doet dat, zoals dat ook geldt voor stoppen met roken of te veel eten. Of mensen die genoeg hebben aan ambulante hulp, in de vorm van een serie een-op-een gesprekken bij de Jellinek. Ik kom hier nog op terug.)

Het was een thema-uitzending en ging over kinderen van wie de ouders, of die ene ouder, door omstandigheden niets of niet veel meer voor hun kind konden betekenen. De ouder bood bijvoorbeeld door een verslaving geen enkel houvast meer. Hoe onderging zo’n kind dat? Jeroen Pauw sprak met een moeder en haar dochter van zeventien. De moeder was zwaar aan de drank geweest. Hoe was die periode voor haar kind, vanaf haar dertiende? Nu ja, niet best, natuurlijk. Daarmee heb je het wel samengevat. Daarmee heb je dus eigenlijk de hele uitzending samengevat! Maar er gebeurde iets. Met Jeroen Pauw. En dat kwam door de moeder.

Zij vertelde hoe dat gegaan was, hoe diep haar val was geweest. Natuurlijk vroeg Pauw naar details, zoals dat altijd gaat in programma’s over verslavingen. Hoeveel dronk u? Wat, zó veel? En wat ging er daardoor allemaal mis? Geeft u daar eens een voorbeeld van, en geef er daarna nog eens even een. Dat deed zij allemaal keurig, verblikte of verbloosde niet, maar er was iets aan haar wat mij intrigeerde: voortdurend speelde er een glimlach om haar lippen. Ja, haar dochter had heel erg te lijden gehad onder haar drankzucht, en ja, daar was zij diep van doordrongen, maar dat besef had ze tóen ook al. Weer die glimlach. En, zo zei ze, de bodem was toen nog niet eens bereikt, het werd erger en erger. Dat is waar, dacht ik, want wanneer een verslaafde eindelijk het gevoel krijgt dat zijn leven een nachtmerrie is geworden, dan kan hij van één ding zeker zijn: het wordt allemaal nog veel erger. Kevin Ayers van de band Soft Machine vatte dat mooi samen:

It begins with a blessing,
It ends with a curse;
Making life easy,
By making it worse.

Een mooie rijm maken konden de jongens in de popmuziek altijd al. De boodschap is duidelijk: wanneer je in werkelijk zwaar weer terecht bent gekomen, dan rijst dat vanzelf op, een stem die tegen je zegt: maak het erger, dat is beter. Het is wat onze Franse vrienden noemen la condition humaine, het menselijk lot, het mens-zijn. Zo gáát het.

Voortdurend liep de moeder gevaar haar enig kind te verliezen, een uithuisplaatsing lag op de loer. Zij onderving dat door op cruciale momenten – een ouderavond, een maatschappelijk werker op bezoek – twee dagen nuchter te zijn. Daarna weer dronken, alleen in huis met een kind van dertien. (In ieder geval thuis! Hey little bird, fly away home, your house is on fire, your children alone.) En bij déze gedachte – dronken thuis met een kind van dertien, elke dag weer – zag je op het gezicht van Jeroen Pauw eindelijk het ongeloof doorbreken. Dat zat er ook wel aan te komen. Zijn vragen werden anders, feller van toon, hij leek te denken: hoe kán dit? Bijna zichtbaar voor de kijkers thuis zocht zijn brein naar een verklaring, bijvoorbeeld: deze vrouw is gewoon gek! Zij is heel erg psychisch gestoord. Hij keek nog eens goed naar haar, nee, zij zag er erg normaal en fris uit, sprak doodkalm en rustig met hem, ondanks het publiek en de camera’s erbij, en vooral: ondanks de ellende die zij beschreef. Een tweede gedachte: deze vrouw zette het kostbaarste dat zij had op het spel, dat kan maar één ding betekenen: zij gaf helemaal níets om haar dochter. Verslaafden geven immers niets om iemand, dat is bekend. Maar toen weer: kijk eens hoe die twee zij aan zij aan tafel zitten, elkaar telkens aankijken, bemoedigende en liefdevolle blikken wisselen, je ziet duidelijk moederliefde, je ziet de dochter die liefde beantwoorden. Ondanks alles. Dus hoe kon dit allemaal gebeuren?

Na het bovenstaande verhaal leg ik die laatste vraag aan mijn groep voor: hoe kan zoiets gebeuren?

Het antwoord is niet moeilijk te zien, wel moeilijk te bevatten. Dat doet een verslaving. Wanneer iemand, bijvoorbeeld een buitenstaander, of voor mijn part de verslaafde zelf, een idee wil hebben hoe groot de vernietigingskracht van een verslaving nu eigenlijk is, met welk geweld hij dwars door alles heen slaat, door alles, dus ongeacht door wat of wie, kijk dan simpelweg naar deze twee mensen, deze moeder en dochter. Kijk naar het geluk dat zij ternauwernood wisten te behouden en laat tot je doordringen met welk een onvoorstelbaar gemak datzelfde geluk bijna werd weggevaagd. Mijn punt is: dat kwam niet doordat het de moeder ontbrak aan liefde voor haar kind. En niet doordat het haar ontbrak aan liefde voor het leven. Dat lijkt alleen maar zo. En trouwens, liefde laat zich helemaal niet wegvagen of kapot drinken. Dat moest er nog eens bij komen. Het is misschien nu juist de enige tegenkracht die zelfstandig in staat is op te staan tegen een verslaving. Nou ja, als het dat wil. Het heeft nogal een eigen wil, de liefde. Een goede tweede is de angst, vergeet ook die niet. Niet voor niets kom je die twee af en toe samen tegen, liefde en angst, hand in hand. De twee vrouwen ontsnapten aan een triest lot. Dat was een gelukkig wonder, want de moeder zou er waarschijnlijk voor betaald hebben met haar leven, de dochter zou al haar jaren een loodzware last meezeulen.

En die wonderlijke glimlach van de vrouw? Wat was dat? Daar heb ik mijn eigen verklaring voor. Die voortdurende lach, die was als een opgestoken middelvinger. De vinger, naar de koning, Koning Alcohol. Ze zei daarmee: ‘Kijk naar me… zie mij hier zitten, met mijn kind… niet alleen heel Nederland mag mij nu zien en horen, maar vooral jij… Ik ben ver bij je vandaan, mijn koning… ik keer je niet de rug toe, daarvoor ben je te gevaarlijk… maar ik bezegel ons afscheid met mijn lach.’

En in de wind, zacht en bijna onhoorbaar, hoor ik haar tegen hem zeggen: you motherfucker…

Pitt


omhoog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *