20 — loven en bieden

Franciscus 01

Af en toe gebeurt het dat een lezer een reactie bij een van mijn berichten plaatst en telkens ben ik daar heel erg blij mee. En ook opgelucht, want vooraf dacht ik dat er ook mensen zouden zijn — gezien de huidige toon en inhoud van reacties op het net — die zouden schrijven: ‘Hee jij, tering-Pitt, ze moesten jou verzuipen in een vat whisky!’ Zowel met de reactie als met de daad zelf zou ik helemaal niet zo zitten. Verzuip mij maar in een vat whisky, ik heb in mijn leven wel erger meegemaakt. En wanneer het achter de rug is: laat mij daar dan zitten, Pitt op sterk water, dat heeft wel iets. Traag dein ik en draai ik een beetje, zoals ik dat lang geleden in de moederschoot ook deed. Pitt voor eeuwig in een vat whisky gevangen, hij is zowel verlost als terug bij af. En: hij blijft goed!

De laatste lezersreactie kwam van therapeut Hans West, hij reageerde uitgebreid op bericht 19 – moderne inzichten. Waarvoor mijn dank! Inzichten die overigens niet allemaal even modern waren, maar daar ging het mij ook niet om. In dit bericht ga ik in op zijn vraag aan mij, namelijk: ‘Wat stel jij dan voor dat ‘verslaving’ is, als het geen ziekte is?’ Daarmee begeef ik me op glad ijs, want ik refereer dan aan geen enkel wetenschappelijk onderzoek, niet aan de modernste hersenscan-technieken en evenmin aan inzichten vanuit de psychologie of psychiatrie. Ik verwijs naar slechts twee dingen: mijn gezond verstand en de vele dingen die ik zag en meemaakte — in al die jaren, in zo veel verschillende omstandigheden, in zo veel hoedanigheden — ik baseer mij dus op het observeren van zowel mijzelf als mijn lotgenoten.

Wie Hans West niet kent kan terecht op zijn weblog, PraatmetHans.nl, en wie hem wil hóren kan terecht bij het radioprogramma Nachtkijkers, waarin hij vorige week zondag vier uur lang over verslavingen sprak, in het holst van de nacht. In het begin erger je je dood aan de vele bellers, maar hij weet elke vraag handig te verbinden met kwesties die hij toch al wilde aansnijden. Dit voortdurend verbinden van uiteenlopende onderwerpen deed hij in de Jellinek ook, het is echt zijn kracht.

Het antwoord dat ik hem wil geven, verbind ik grappig genoeg met de afbeelding van het houten beeldje boven dit bericht. Het stelt Franciscus van Assisi voor, hijzelf is uit de 12e eeuw, het beeldje uit de 15e. Hij is de enige onder de vele heiligen die zich niet alleen met mensen verbonden voelde maar ook met dieren. Veel beter dan mij een uur lang op te zadelen met die psychopaat Pavlov, had de Jellinek over deze Franciscus kunnen onderrichten. Want hij werd nog tijdens zijn leven beroemd door zijn Zonnelied, een lofzang op de natuur, op de schepping. En u, als herstellende of herstelde verslaafde, u zegt natuurlijk: ‘Omdat ik mijn middel niet meer kan loven, nou, dan loof ik voortaan de schepping maar!’

Goed gezegd! U bent een bovenste beste verslaafde, eentje naar mijn hart. En bij het loven van de schepping, daarbij kan iemand u helpen, namelijk Rik Zaal, voormalig programmamaker bij de VPRO. Ik zag het heiligenbeeldje vorige week in Utrecht, in het Catharijneconvent, een erg oud en voormalig klooster, nu museum. Rik Zaal stelde twee jaar geleden een mooi boekje samen, Het beste van Nederland – een eigenzinnige reisgids, waarin hij tal van plaatsen in ons land beschrijft en aanprijst, zowel binnenshuis als buiten, plaatsen die in zijn ogen de moeite van een bezoek waard zijn. Ik kocht dit boekje tijdens mijn dagbehandeling in de Jellinek en ik verplichtte mezelf om minimaal tweemaal in de maand zo’n plek te bezoeken. Op die manier dwong ik mij om te genieten van wat bijzonder is of wat schoonheid heeft. Nu in nuchtere staat. Deze methode werkte heel erg goed! Op zondagen nam ik de trein, dat waren goede dagen. En nu is het lente! Dus: weer naar buiten! Ik zag het boekje staan voor een tientje op boekwinkeltjes.nl.

‘Wat stel jij dan voor dat ‘verslaving’ is, als het geen ziekte is?’

Iemand die een beetje thuis is in de kerkgeschiedenis zou Franciscus misschien herkend hebben, want het beeld toont de kijker de stigmata op beide handen. (Stigma’s kan ook.) Volgens de overlevering was Franciscus door zijn vroomheid gestigmatiseerd geraakt, dat wil zeggen: hij droeg de wondtekens van de kruisiging. Toen ik voor dit beeldje stond, dacht ik opeens aan de kwestie ziekte of geen ziekte. Immers, ook verslaafden zeulen een dubbel stigma met zich mee, twee stempels. Enerzijds krijgen zij er een opgeplakt van de buitenwereld, anderzijds van de hulpverlening. De buitenwereld maakt meestal korte metten met ons: we zijn losers. De verslavingszorg is inmiddels uitgekomen bij: we zijn chronisch ziek en we hebben een psychische stoornis.

We. Van twee kanten vliegen de stempels en etiketten ons om de oren. We zijn dit, we zijn dat. Tien jaar later zijn we weer wat anders. Let wel: deze etiketten krijgen wij voortdurend opgeplakt door niet-verslaafden. En hier, in deze weblog, doet nu al geruime tijd een verslaafde zijn mond open.

Terecht licht Hans West toe: met chronisch ziek wordt bedoeld dat de gevoeligheid voor het middel nooit meer weggaat. Maar dat weet iedere verslaafde ook wel, dus waarom moet dat nu letterlijk ‘chronisch ziek’ worden genoemd? Wat win je met een dergelijke kwalificatie? En waarom we nu ook nog psychisch gestoord zijn weet ik eigenlijk niet, maar het interesseert me ook niet. Ga je gang, noem mij zus, noem mij zo. Verzuip mij er maar in. Intussen heeft niet één nieuw inzicht, niet één nieuw etiket, geleid tot een betere en effectievere behandeling.

En die is er ook helemaal niet.

Wat is nu een goede manier van behandelen? Er is maar één behandeling, voor ons. Dat is een kliniek die zegt: kom maar hier, we zorgen ervoor dat je drie maanden nuchter blijft. We geven je een buffer in de tijd. Natuurlijk, we praten ook met je, we hebben een therapie klaarliggen en we trainen je doorlopend in sociaal gedrag en ook in mindfulness, we halen mensen in huis die al jaren droogstaan, we brengen het beeld van abstinentie dicht bij je, maar vooral geven we jou drie nuchtere maanden. Daarmee hopen we dat jij die verder uitbouwt, naar een vol jaar.

Nú is de boodschap: je valt tóch telkens terug, ziek en gestoord als je bent, dus we gedogen die terugvallen tijdens de behandeling. Met als gevolg dat ik omgeven was door een terugvalcircus, de een na de ander viel om, week in week uit. Hoe denkt de Jellinek dat dat voelt wanneer je daar tussen zit? Twintig jaar geleden ging het zo dus niet! Toen kreeg ik die drie nuchtere maanden. Nu moest ik daar – in een kliniek – voor vechten. De verleiding om mee te doen was erg groot, heerlijk een weekend drinken, tijdens de dagbehandeling. Daarna even opbiechten, beetje berouw tonen, leermomentje prikken, klaar. Een prachtige vorm van gecontroleerd drinken. Dat trekt hevig, ook aan mij. Je wordt er bijna ingezogen. Ik deed niet mee. Zoals het nu gaat: de klinieken in de Obrechtstraat zijn er alleen voor de allersterksten. Mensen met een motivatie van graniet. Die blijven overeind.

Een reorganisatie-tip: roep een nieuwe en parallelle dagbehandeling in het leven en vertel de cliënt bij de intake dat hij kan kiezen, je zegt: ‘We hebben een alcohol- en drugsvrije afdeling en een afdeling waarin mensen voortdurend terugvallen. Welke wilt u?’

In veel gevangenissen krijg je die keus ook. Dus waarom niet in de verslavingszorg?

Wat met al die etiketten en labels pijnlijk duidelijk wordt, dat is dat het kennelijk onmogelijk is geworden om je enigszins in een verslaafde te verplaatsen. Je in hem verdiepen is niet zo moeilijk, maar verplaatsen wel. Ik geef toe: dat valt ook niet mee. En dus krijgen wij woorden als ‘uitglijder’ mee naar huis en wordt ons nu verteld dat wij ziek en gestoord zijn. Wat dóet een doorsnee verslaafde met al die informatie? Natuurlijk: die gaat ermee aan de haal. Hij gebruikt het. Niet om langzaam abstinent te worden, waar de zorg blijkbaar op hoopt, maar om verslaafd te blijven. En dát nu, zit honderd procent in de aard van een verslaving. Niet: hoe kom ik er van af, maar: hoe blijf ik het in ieder geval een beetje. Dat is feitelijk het enige wat hij wil: af en toe gebruiken.

Het is dát verlangen dat hij de nek om moet draaien, daar moet hij tegen vechten. Je hoort mensen vaak zeggen: ‘Nooit meer drinken, dat klinkt zo groot!’ Best, denk dan: ‘Af en toe drinken ban ik uit mijn leven.’ En dat wordt hem steeds moeilijker gemaakt. Dus kijk niet zo naar ons, let it be. Maak ons niet telkens tot studieobject, doe als de astronoom, kijk naast de ster. Want het verandert toch niets. Het zit domweg in ons.

En nu, voor u. Ideaal is dus: je krijgt drie abstinente maanden en je maakt daar zelf een jaar van. En wat is er dan met dat jaar? Heel eenvoudig: nog slechts af en toe trekt de alcohol echt hevig aan mij. Het zijn niet meer dan felle flitsen geworden. Heel vaak dénk ik er al niet meer aan en dat was in het begin wel anders, toen was het voortdurend in mijn gedachten. Dat bereik je dus al met één nuchter jaar! Een terugval doet precies het tegenovergestelde, die werpt je een eind terug in de tijd. Hij activeert telkens opnieuw je verslaafde brein. Dat komt dus niet tot rust, het blijft wakker, het wil geprikkeld worden. Dat brein van mij heeft de hoop op die prikkeling al bijna opgegeven, dat voel ik aan alles. Nóg een jaar, en dan slaapt het bijna. Dit is ongeveer de termijn.

Alleen voor mij? Nee, helemaal niet. Tijdens de nazorg leerde ik een aantal mensen kennen die het precies zo deden als ik. Die zie ik af en toe nog. Ze zeggen allemaal hetzelfde: het wordt nu steeds gemakkelijker. Praten zij ooit over ziek of over gestoord of over onvermijdelijke terugvallen? Nee, nooit. Daarover praten alleen niet-verslaafden de hele tijd. Het doet er niet toe welke labels je aan het begrip verslaving hangt, een verslaving is precies wat het is. Het wordt je ondergang. Je móet het gebruik stoppen, je móet de neiging om af en toe te willen gebruiken in de kiem smoren. De kiem is: je entree in de verslavingszorg.

Je eigen behandeling, die je op jezelf toepast, die is natuurlijk de belangrijkste. In mijn geval hoorde daar bij: het boekje van Rik Zaal kopen en regelmatig het land in trekken. En een cursus gaan volgen, en nog een. Verhoog de kwaliteit van je leven, steeds verder en verder. Misschien zegt u tegen uw omgeving, uw naasten of naaste:

I never meant to cause you any sorrow
I never meant to cause you any pain

Mooi zo. Hou daar dan ook mee op. Het zijn de juiste woorden maar laat het ook zien!

En heel soms, ergens ver weg achter in mijn hoofd, hoor ik nog weleens een stem, die zegt: ‘Hee jij, tering-Pitt, ga eens drinken, gek!’ Dat is de Koning, zullen we maar zeggen. Die arme, bijna vergeten Koning Alcohol. Die mij zo nodig had, en ik hem. Maar nu vervaagt hij, meer en meer.

Pitt

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.